Stichting de mond niet vergeten!

 

Stichting de Mond niet vergeten!

 

Samen de mond van kwestbare ouderen verzorgen.

Bij kwetsbare ouderen en mensen met dementie komen relatief vaak mondproblemen voor. Verschillende risicofactoren spelen daarbij een rol, zoals polyfarmacie (meerder medicijnen die worden gebruikt) met vaak een droge mond tot gevolg, afname van de motoriek en/of afname van motivatie voor een goede dagelijkse mondverzorging. Tegelijkertijd schiet het bezoek aan mondzorgverleners er vaak bij in, door logistieke problemen en afhankelijkheid van anderen. Uit onderzoek blijkt dat 80% van de verpleeghuisbewoners bij opname al een slechte mondgezondheid heeft. Dat betekent dat de mondgezondheid achteruit gaat op het moment dat ouderen nog thuis wonen.

De stichting vraag daarom aandacht voor ouderen en de verzorging van hun mond. Dat kan zijn omdat u zelf een oudere bent, maar denk ook eens aan uw vader of moeder, maar ook voor thuiszorgmedewerkers, mantelzorgers en huisartsen.

Kijk eens op de website van de mond niet vergeten.

We geven vast enkele tips voor mensen met dementie.

Mensen met dementie

Motiverende gespreksvoering is ontwikkeld voor mensen die geestelijk gezond zijn. Bij mensen met dementie worden emoties belangrijker in het wel of niet kunnen ontvangen van hulp. Voor hen is het extra belangrijk dat de zorgverlener eerst goed contact maakt alvorens met zorg te beginnen en dat de zorgverlener goed aandacht besteedt aan de communicatie (zie hieronder)

De aanvaarding van de hulp kan per zorgverlener en per moment verschillen. Het ene moment voelt iemand zich oké, het andere moment is hij onrustig. Bij de één geeft iemand zich misschien makkelijker over dan bij de ander. Het is dan goed om in teamverband te achterhalen wat maakt dat het bij die ene zorgverlener goed gaat, en hoe anderen dat kunnen overnemen. Soms kan het ook goed zijn om advies te vragen bij mensen buiten het team.

Mensen met dementie kunnen ook nog dingen aan- en afleren. Ook bij meer gevorderde dementie. Lees hier over de methodes.

Zie hier een filmpje over het lerend vermogen van mensen met dementie.  


Communicatie

Contact

Iedere zorgverlener weet hoe belangrijk het is het: contact maken voordat je begint. Tegelijkertijd staat het in de drukte van de dag soms onder druk. Bij mondverzorging komt het er wel op aan, zeker zolang het nog geen gewoonte is. Kom je voor het tandenpoetsen; kijk eerst even waar de cliënt mee bezig was. Sluit daarbij aan. En als je even het gedrag of de houding van de cliënt overneemt (‘spiegelen’), dan creëert dat vertrouwen.

En verder: Bij het tandenpoetsen vindt de ene cliënt het fijn als je vóór hem/haar staat, en een andere cliënt heeft het liever dat je achter hem/haar staat, zodat je steun kunt bieden aan het hoofd. Onderzoek dus bij elke cliënt diens voorkeur. Bij cliënten met dementie heeft de positie vóór iemand de voorkeur, omdat contact maken eenvoudiger is en de cliënt de tandenborstel goed ziet aankomen

Non-verbaal en verbaal

Het succes van motiveren staat of valt met de kwaliteit van de communicatie. En hoeveel we ook met woorden zeggen; de echte kracht zit in de non-verbale communicatie: gezichtsuitdrukking, stem, lichaamshouding. Hiermee drukken we onze emoties uit en hierop reageert degene tot wie we ons richten het meest. Meer nog dan op onze woorden. Een vriendelijk, respectvol en uitnodigend gezicht met een even vriendelijke toon, kan meer doen dan 100 woorden. En dat geldt extra voor mensen met dementie.

 

Enkele praktische tips:

  • Waarom, daarom

Waarom-vragen hebben de neiging om een verdedigend antwoord uit te lokken. Bijvoorbeeld ’Waarom doe je dit?’ Als je vraagt ‘Wat maakt dat je dit doet?’ nodig je uit om na te denken. Woorden kunnen groot verschil maken!

  • Ja, maar

Bij “Ja, maar …” wordt alles ontkracht wat vóór het ‘maar’ gezegd is. Het voelt vaak als ‘Nee, want ..’ Heel anders klinkt het als je zegt ‘ Ja, en .. ‘  want dit geeft meer mogelijkheden.

  • Als je mensen een keuze geeft, gaan ze makkelijker met je mee. Dat scheelt bovendien tijd en energie. Dus “Wilt u eerst uw tanden poetsen? Of eerst de kleren aan?”
  • “Nee, dat doe ik zelf wel”.

Laat horen dat je hem/haar hebt gehoord en zoek daarna een opening. Bijvoorbeeld als volgt:

  • “U klinkt alsof u er geen zin in heeft; u wilt het graag zelf doen”
  • Dus eigenlijk zegt u “u heeft mijn hulp niet nodig?”
  • ‘Kan ik het u wel gemakkelijker maken?’ Of: ‘‘Zal ik de tandenborstel dan even geven?’

Misschien bedenk je op het moment zelf niet altijd het goede antwoord of de juiste vraag, maar op weg naar huis wel. Noteer die vraag of het antwoord, want het komt in een andere situatie vast weer van pas. Van sommige zinnen zou je voor jezelf bijna een standaard kunnen maken

Zoek naar een opening. Neem daar tijd voor. Wees creatief en geduldig. Probeer eens wat anders. Laat het er niet bij zitten. De volgende keer zit jij of de cliënt er anders bij. Nieuwe ronde, nieuwe kansen!